Ruim een jaar geleden, om precies te zijn op 20 oktober 2006, plaatst postorderbedrijf OTTO op haar website de Philips HD ready breedbeeld lcd-televisie, model 32PF3321. De prijs voor dit product bedraagt door een fout slechts € 99,90. Enkele dagen later wordt de fout hersteld. Door treuzelen van OTTO en een ware ‘internet-tamtam’ worden in enkele dagen ongeveer 14.000 tv’s besteld.
Vandaag, maandag 19 november 2007, buigt het Hof ‘s-Hertogenbosch zich over de zaak. Eerder dit jaar had de Rechtbank dat reeds gedaan. Na de pleidooien van morgen zal de rechter uitspraak doen in dit geding, aangespannen door boze consumenten verenigd in de Stichting Postwanorder.
De cruciale vraag is: moet OTTO de tv’s afleveren tegen de (lage) prijs? Een vraag waaraan meer haken en ogen zitten dan op het eerste gezicht lijkt. In dit stuk zal hierop nader worden ingegaan, alsmede op de juridische context.
Op 20 oktober 2006 plaatst OTTO de Philips HD ready breedbeeld lcd-televisie, model 32PF3321, online. De laagste prijs die de koper voor dit model moet betalen, bedraagt in oktober € 697,- OTTO is voornemens het apparaat voor een aanzienlijk hoger bedrag, € 1.199,- op haar website aan te bieden. Echter, door een fout van OTTO wordt de prijs van de lcd-televisie gelinkt aan de prijs van een wandsteun. Voor € 99,90 kan men al de gelukkige eigenaar worden ofwel, een TV voor ruim € 1.100,- goedkoper dan de bedoelde € 1.199,-
Al snel komen de eerste bezoekers van de website achter de ?fout? van OTTO en wordt deze besteld onder het motto ?op hoop van zegen?. De eerste drie dagen loopt het nog niet zo storm maar nadat in nieuwsgroepen en op fora melding van de ?fout? wordt gemaakt, ontstaat een ware internet-tamtam die resulteert in een explosieve verkoop: ongeveer 11.490 consumenten kopen in zes dagen 14.000 lcd-televisies.
OTTO doet er ondertussen op haar beurt ?alles? aan om een debacle te voorkomen. Allereerst wordt de prijs op 23 oktober gewijzigd. Deze wijziging heeft echter niet het gewenste resultaat: de prijs wordt gewijzigd van € 99,90 naar € 99,00. Vervolgens belt OTTO op 24 oktober de 17 kopers van het eerste uur ?met de mededeling dat sprake was van een vergissing?. Op 26 oktober gaat het balletje nog harder rollen na een bericht op NU.nl. Diezelfde dag om 23.30 uur weet OTTO de advertentie van haar site te verwijderen. Echter, het kwaad is reeds geschied: er zijn zo?n 14.000 televisies besteld.
De volgende dag krijgen alle kopers een brief met daarin de mededeling dat geen overeenkomst tot stand is gekomen en dat dan ook niet tot (af)levering zal worden overgegaan. Dit alles onder verwijzing naar de algemene voorwaarden waarin de (legendarische) toverformule staat: ?OTTO is niet gebonden aan haar aanbod indien sprake is van druk-, zet- of programmeerfouten in haar catalogi, mailings of op de Website.? OTTO sluit af met de zin:
Wij kunnen ons voorstellen dat u teleurgesteld bent. OTTO voelt zich ook verantwoordelijk voor deze fout en biedt u dan ook onze welgemeende excuses aan.
Meer dan 450 kopers laten het hier niet bij zitten en verenigen zich in de Stichting Postwanorder. Met een kort geding probeert deze groep OTTO te dwingen tot (af)levering van de lcd-televisies.
Hieronder zal kort worden ingegaan op het wettelijk systeem. Om een juridisch-technisch verhaal te voorkomen, worden slechts de hoofdlijnen behandeld.
Uitgangspunt in het Nederlands recht is de regel dat een overeenkomst tot stand komt door enerzijds een aanbod en anderzijds een aanvaarding van dit aanbod.
Noot:
Artikel 6:217 BW: ‘Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan’
Bij aanbod valt te denken aan een aanbod, offerte, e.d. Zowel een aanbod als de aanvaarding van dit aanbod worden gezien als een wilsverklaring. Ten aanzien van de wilsverklaring bepaalt artikel 3:33 BW:
‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.’
Zowel het aanbod als de aanvaarding openbaren zich dus door een verklaring die een afspiegeling van de wil is (de wilsverklaring) die gericht is op rechtsgevolg (de overeenkomst).
Daar zit in het onderhavige geval de pijn. OTTO verklaart op haar website dat zij een lcd-televisie aanbiedt voor € 99,90. Echter, dat wil zij niet: OTTO wil het volledige bedrag voor de lcd-televisie ontvangen en de verkeerde prijs berust op een verkeerde ?link? met de wandsteun. Door OTTO wordt dan ook betoogd dat sprake is van het ontbreken van een met haar verklaring overeenstemmende werkelijke wil. Kortom, een typisch geval van oneigenlijke dwaling (misverstand) en daardoor geen overeenkomst.
Daarmee is nog niet alles gezegd. Artikel 3:35 biedt enkele mogelijkheden aan de wederpartij te goeder trouw, ofwel de partij die gerechtvaardigd vertrouwde.
Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.
De wederpartij die goede gronden had om te mogen aannemen dat wil en verklaring elkaar wél dekken, wordt beschermd. Deze bepaling dient ter bescherming van het rechtsverkeer. Zou bijvoorbeeld de lcd-televisie ? die normaliter € 800,- kost ? voor € 700,- verkocht worden, dan zou een beroep op deze beschermende bepaling wellicht slagen. De verschrijving van OTTO was echter ‘iets’ groter.
De rechter verwijst in zijn vonnis naar het wettelijk systeem en komt uit bij de vraag of sprake is gerechtvaardigd vertrouwen (artikel 3:35 BW). Bij de beoordeling van die vraag wordt een aantal criteria gehanteerd:
Voor een uitvoerige behandeling van deze criteria verwijs ik naar rechtsoverweging 4.8 en volgende. Ik zal een tweetal criteria bespreken.
Vaststaat dat OTTO een groot verlies zal lijden. Haar inkoopprijs is € 762,39 waardoor het verlies per lcd-televisie ongeveer € 662 bedraagt. De in de Stichting vertegenwoordigde kopers bestelden ongeveer 850 lcd-televisies. Totaal zal het nadeel van OTTO meer dan € 560.000 zijn. Het voordeel van de koper is zo?n € 900.
De rechter gaat uit van een gemiddeld geïnformeerde potentiële internetkoper. Volgens de rechter kan deze weten dat een lcd-televisie van een A-merk als Philips niet tegen zo?n lage prijs wordt aangeboden. Zeker als het verschil tussen de minimumprijs en OTTO?s prijs zo?n 700% is.
Dit alles in ogenschouw genomen, doet de rechter oordelen dat een beroep op artikel 3:35 BW faalt. De websitebezoeker kon immers weten dat de prijs redelijkerwijs niet kon worden opgevat als een ook werkelijk door OTTO beoogde prijs. De vorderingen van de Stichting Postwanorder worden dan ook afgewezen en daarmee hoeft OTTO de lcd-televisies niet af te leveren.
Een andere zaak die over iets soortgelijks gaat is de volgende. Een consument koopt via internet een all-in-one-printer. Door een fout in de euroconversie staat dit apparaat voor € 65,- te koop in plaats van de bedoelde € 259,- De consument aarzelt geen moment en bestelt twee apparaten. Netjes ontvangt hij een factuur met daarop het verkeerde bedrag.
Een paar dagen later deelt de ondernemer aan de consument mee dat een fout is gemaakt en dat hij niet over zal gaan tot aflevering. Hij beroept zich ? wederom ? op de algemene voorwaarden waar een soortgelijk beding in stond als bij de OTTO.
De commissie acht aflevering tegen de foutieve prijs in strijd met de redelijkheid en billijkheid:
‘Uit een door de consument overhandigde prijsvergelijking blijkt dat de op een na goedkoopste aanbieding € 311,- bedraagt, een verschil van € 246,- Dit verschil is zo groot dat de consument had kunnen en moeten begrijpen dat de door de ondernemer opgegeven prijs niet juist kan zijn. Ook heeft de consument geen navraag gedaan bij de ondernemer.’
Op grond van de billijkheid komt de consument dan ook geen levering van twee apparaten tegen een totaalprijs van € 130,- toe. Echter, de consument heeft door toedoen van de ondernemer enige tijd in de veronderstelling verkeerd dat hij een ‘echt koopje’ had. Daarom moet de ondernemer aan de consument een schadevergoeding van € 45,- betalen als vergoeding voor gemaakte porti- en telefoonkosten.
Wanneer we beide uitspraken naast elkaar leggen komen we tot de conclusie dat bij een aperte (overduidelijke) verschrijving de consument géén beroep kan doen op aflevering van het gekochte goed. De consument had niet mogen vertrouwen op de foutieve prijs. Wanneer is sprake van zo’n aperte verschrijving. Dat moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. De rechter geeft daarbij een viertal criteria.
In beide uitspraken wist de consument (of had deze kunnen begrijpen) dat de prijs foutief was. De verkoper hoefde dan ook niet tot aflevering over te gaan.
Wanneer men op internet tegen een mogelijk foutieve prijs aanloopt, is het verstandig om bij de verkoper navraag te doen of de prijs klopt. Op de consument rust tot op zekere hoogte een onderzoeksplicht.
Ondertussen geeft de Stichting Postwanorder de moed niet op en is zij in hoger beroep gegaan. Vandaag dient te de zaak voor het Hof ‘s-Hertogenbosch, ofwel, wordt vervolgd!
Dit stuk is op persoonlijke titel geschreven. De auteur is als student-medewerker verbonden aan Van Kooten Advocaten te Utrecht. Dit artikel staat op op NuJij.nl
Zeer uitgebreid en diepgaand artikel, wellicht iets te diepgaand voor hier maar het schept wel duidelijkheid.
Dit kwam ook ter sprake bij het juridische gedeelte van de eduvision webcoferentie.
(dank nog daarvoor)
Ben zeer benieuwd naar de uitspraak.
Ja, erg leuk artikel..
Als het aan mij ligt hebben die consumenten gewoon pech gehad.. Als je zo’n dure TV voor 100euro ziet, dan weet je dat er iets aan de hand moet zijn. Maar dat Otto dan de prijs veranderd en hem dan alsnog fout veranderd, dat vind ik toch wel te gek voor woorden.
Het was even goed lezen maar een interessant artikel.
Ik hoop dat OTTO hier in het gelijk wordt gesteld. Als er als prijs nu 1099 i.p.v. 1199 stond vond ik het anders. Het niet goed veranderden is natuurlijk niet goed. Maar er mag in Nederland toch verwacht worden dat de mensen enigszins prijsbewust zijn en weten wat zoiets normaal gesproken kost.
Wat ik wel netjes van OTTO zou vinden is om die eerste klanten een cadeaubon o.i.d. te geven. (niet voor de grote groep die er na een paar dagen op af stormde)
Mooie afwisseling op de bestaande berichten, het vakgebied interesseert me sowieso dus wat mij betreft zeker niet te diep gegaan.
De zaak slaat inhoudelijk natuurlijk nergens op, de eerste 4 dagen worden er ‘slechts’ 17 besteld. Van die 450 die nu de zaak aangespannen hebben is dus waarschijnlijk 99% ‘gold digger’. Wat mij betreft probeert Otto daar nog een pot kosten op te verhalen waar ze de eerstkomende 25 jaar aa n afbetalen…
Toch blijf ik het raar vinden. Als OTTO nou na 1 of 2 dagen het artikel aangepast had, of verwijderd desnoods, dan had ik het vonnis terecht gevonden. Echter, het duurde heel lang voordat OTTO echt in greep, hierin had OTTO kunnen voorzien dat men bestellingen ging plaatsen, er vanuit gaand dat het geen ‘valse’ koop is, immers staat het product voor de zelfde prijs op de website voor een aantal dagen.
Trouwens leuke afwisseling van de berichten hier.
is er al wat uitgekomen?
“Op maandag 19 november 2007 heeft op het Gerechtshof te ?s-Hertogenbosch het pleidooi plaatsgevonden in het hoger beroep dat door de Stichting Postwanorder is ingesteld tegen het eerder gewezen vonnis van de Rechtbak Breda in de zaak tegen Otto. Het Gerechtshof heeft na het pleidooi haar uitspraak bepaald op dinsdag 22 januari 2008. Alle deelnemers ontvangen hierover nog een e-mailbericht.”